Ga naar de inhoud van deze pagina.
Zomerrapportage 2026 definitief

Inleiding

Voor u ligt de Zomerrapportage 2026. Met de Zomerrapportage informeert het college van burgemeester en wethouders (verder: college) de gemeenteraad over de financiële en beleidsmatige stand van zaken halverwege het begrotingsjaar.

Doel en positie van de zomerrapportage

Het primaire doel van een Zomerrapportage is het creëren van transparantie en bestuurlijke sturing en de mogelijkheid tot bestuurlijke (bij-) sturing. Door tussentijds inzicht te geven in de voortgang van beleid, projecten en financiën ontstaat voor raad en college de mogelijkheid om tijdig te beoordelen of de uitvoering verloopt zoals eerder is vastgesteld. Waar nodig kunnen beleidsinhoudelijke of financiële bijstellingen worden voorgesteld, zodat ongewenste ontwikkelingen niet pas bij de jaarrekening zichtbaar worden.

Binnen de planning- en controlcyclus is de Zomerrapportage een schakel tussen de vastgestelde programmabegroting en de begroting voor het volgende jaar. Waar de begroting richting geeft aan de uitvoering van beleid en de jaarrekening verantwoording aflegt over de gerealiseerde resultaten, biedt de Zomerrapportage een tussentijds monitorings- en sturingsinstrument. Het geeft de kans om te reflecteren op het eerste halfjaar van 2026 en laat ons vooruitkijken naar het tweede halfjaar van 2026. De inzichten uit deze nota vormen daarnaast een belangrijke basis voor de voorbereiding van de begroting 2027.

Terugkijken

De eerste helft van 2026 laat een gemengd beeld zien. Enerzijds constateren wij dat belangrijke stappen zijn gezet in de uitvoering van de eerder vastgestelde bezuinigingsmaatregelen 2026 om de financiële positie van de gemeente structureel te versterken. Een groot deel van die voorgenomen bezuinigingsmaatregelen is inmiddels gerealiseerd of wordt uitgevoerd. Op basis van de huidige inzichten kan worden vastgesteld dat ongeveer 80% van deze beoogde bezuinigingsmaatregelen uit 2026 volgens planning verloopt.

Anderzijds blijkt ook dat niet alle bezuinigingsmaatregelen, die structureel doorwerken uit 2025 naar 2026, het verwachte resultaat opleveren. Sommige bezuinigingsmaatregelen vragen meer voorbereidingstijd, blijken complexer uitvoerbaar dan vooraf ingeschat, worden beïnvloed door externe ontwikkelingen waarop de gemeente minder invloed heeft of bleken achteraf niet realistisch (hierover is de raad geïnformeerd met de recent vastgestelde kaderbrief). Daarnaast zien wij op verschillende beleidsterreinen een aanhoudende druk op de uitgaven, onder meer als gevolg van prijsontwikkelingen, toenemende maatschappelijke vraagstukken en de groeiende complexiteit van problematiek. Er ontstaat een spanningsveld tussen de ambitie om financieel gezond te blijven enerzijds en het bieden van kwalitatief hoogwaardige voorzieningen aan inwoners anderzijds.

Vooruitkijken

De financiële vooruitzichten voor het tweede halfjaar van 2026 en voor 2027 zijn niet goed. Gemeenten in Nederland worden geconfronteerd met een moeilijke financiële context waarin structurele onzekerheden rondom de ontwikkeling van gemeentelijke inkomsten samenkomen met toenemende maatschappelijke opgaven.

Voor onze gemeente betekent dit dat wij rekening moeten houden met een zeer omvangrijke bezuinigingsopgave. Deze wordt gevormd door

  1. Deels niet gerealiseerde bezuinigingen uit het verleden;
  2. Sterk toenemende kosten op thema’s als jeugdzorg, personeel en organisatie, openbare ruimte en infrastructuur;
  3. Dalende inkomsten door een negatieve herijking van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds en landelijke afschaffing en overheveling van specifieke uitkeringen (verder: SPUK);
  4. Bij het opstellen van deze zomerrapportage zijn aanvullende structurele tegenvallers naar voren gekomen.

Deze opgave vraagt om scherpe keuzes en een realistische afweging van prioriteiten. Daarbij moet ook worden onderkend dat de ruimte voor (relatief) eenvoudige maatregelen in de afgelopen jaren is benut. Toekomstige keuzes zullen daarom direct(-er) merkbaar zijn voor de organisatie, partners en inwoners.

Verantwoordelijkheid nemen

Tegen deze achtergrond staat de gemeente voor de opgave om financieel duurzaam te blijven opereren, terwijl wordt gewerkt aan de maatschappelijke doelen die de raad heeft vastgesteld. Dat vraagt om bestuurlijke daadkracht, zorgvuldige afwegingen en een voortdurende dialoog tussen raad, college, organisatie en samenleving. Als nieuw college nemen wij deze verantwoordelijkheid. De komende periode zal nadrukkelijk in het teken staan van het verder concretiseren van maatregelen, het beheersen van risico's en het zoeken naar mogelijkheden om te bezuinigen zonder concessies te doen aan onze dienstverlening.

Bedragen x € 1.000