Ga naar de inhoud van deze pagina.
Jaarstukken 2025 Definitief

1. Jeugd en Onderwijs

Samenvatting

In 2025 is ingezet op het beheersen van de jeugdhulpkosten, waarbij een afvlakking zichtbaar is in het aantal jeugdigen dat gebruikmaakt van jeugdhulp. Tegelijkertijd blijven de kosten per cliënt stijgen, met name in de ambulante GGZ en verblijf. Landelijke wetgeving leidde tot verplichte regionale samenwerking. Het advies van de Commissie Van Ark heeft geleid tot financiële compensatie over 2023 en 2024.

Binnen de gemeente is gewerkt aan versterking van lokaal en voorliggend aanbod, met als doel minder inzet van zware en langdurige trajecten. Hoewel de beweging richting preventie en lichtere ondersteuning is ingezet, blijkt deze omslag weerbarstig. Hoewel de groeilijn van de kosten van de jeugdzorg is omgebogen, zijn de bezuinigingsmaatregelen niet volledig behaald. De gewonnen rechtszaak tegen Gezinshuis Helder zorgde voor een eenmalige bate.

Op het gebied van onderwijs is de Lokaal Educatieve Agenda vastgesteld, met inclusie als belangrijke pijler. Er is voortgang geboekt in passend onderwijs, leerlingenvervoer en onderwijshuisvesting, waaronder de voorbereiding van nieuwe scholencomplexen. Daarnaast is ingezet op voorschoolse educatie en ondersteuning van jonge kinderen.

Terugblik

Landelijk niveau

Op 30 januari 2025 is er een zwaarwegend advies afgegeven door de Commissie van Ark. Samenvattend adviseert de commissie aan Rijk en gemeenten om de ontstane verliezen over 2023 en 2024 in gezamenlijkheid op te vangen en beiden de helft van de verliezen voor hun rekening te nemen. Dit heeft geresulteerd in een teruggave van € 711.000 in 2025.

In 2025 is de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg aangenomen (datum inwerkingtreding 01-01-2026) die als doel heeft het verbeteren van de beschikbaarheid van jeugdzorg voor de meest kwetsbare kinderen. Hierdoor wordt regionale samenwerking tussen gemeenten in de vorm van een gemeenschappelijke regeling (in ons geval een Centrumregeling) verplicht, met als doel het beter organiseren van de regionale en landelijke contractering van specialistische jeugdzorg.

Wijk bij Duurstede

In 2025 is de gemeente in de rechtszaak tegen het Gezinshuis Helder volledig in het gelijk gesteld. Hierdoor kon de gemeente een bedrag van 3,04 miljoen vorderen. Zie verder programma 9 voor de financiële verwerking.

De vraag naar vormen van jeugdhulp in onze gemeente laat een gemengd beeld zien. Het aantal cliënten en kosten in de ambulante jeugd GGZ is gestegen en ontwikkelt zich dus ongunstig. Er is een daling ingezet in aantal unieke cliënten op jeugdhulp ambulant (begeleiding en behandeling), maar de gemiddelde kosten per cliënt stegen waardoor het resultaat uiteindelijk negatief uitvalt. De beweging van individueel naar groep en (vervolgens) naar voorliggend (vrij toegankelijk) aanbod wordt nog onvoldoende gemaakt.

We hebben – binnen de contractuele kaders – de samenwerking met lokaal werkende aanbieders versterkt voor het leveren van ambulante jeugdhulp en jeugd GGZ. Dit heeft nog niet geresulteerd in de gewenste bezuiniging omdat de beoogde verschuiving naar partijen binnen Wijk bij Duurstede niet direct heeft geleid tot een daling bij de overige partijen. Het verleggen van hulp van lokale aanbieders naar voorliggend aanbod is nog niet gelukt.

We zien dat het aantal unieke cliënten in Verblijf sinds juli 2024 tussen de 25 en 30 in de maand schommelt, maar dat de gemiddelde kosten per client in die periode opliepen van gemiddeld € 5.000 per client per maand, naar € 7.000 per client per maand. De groei in het verblijf hangt sterk samen met de verwijzingen van Gecertificeerde Instellingen (jeugdbescherming/ jeugdreclassering). Gecertificeerde instellingen hebben een eigenstandige verwijsbevoegdheid vanuit de Jeugdwet. Zij verwijzen in de regel naar intensievere en duurdere hulp.

Duurzame transformatie – beleidsmatige ontwikkelingen 2025 (en verder)

In 2025 is ingezet op het volgende:

1. Voor de langere termijn koersen op duurzame transformatie, waarbij de Maatschappelijke agenda (MAG) leidend is; het beleidsmatige spoor;

2. Voor de kortere termijn bijsturen op het operationele, logistieke proces door:

  • Geraamd budget voor aanbieders -> Geen ongewenste groei bij aanbieders en omvang beperken;
  • Beïnvloeden van de instroom en intensiteit -> minder (lang) kinderen in jeugdhulptrajecten;
  • Sturen op de uitstroom -> kortere trajecten inzetten, meer trajecten afronden;
  • Sturen op bijzondere casussen.

Met het oog op voorgaande zijn er gedurende 2025 gesprekken gevoerd met verschillende aanbieders, waaronder iHub, Altrecht, Youké, GGZ Theys en Wijk in Contact.

3. We hebben in 2025 de verordening Wmo & Jeugd in samenwerking met de gemeenten in regio Zuid-Oost Utrecht (ZOU) aangepast. Hiermee hebben we handvatten om het tweede spoor te kunnen effectueren.

Er is, indien gecorrigeerd wordt voor indexatie, een kleine lastenreductie gerealiseerd. Daarmee is de groeilijn van de jaren voor 2025 voor het eerst omgebogen in een bescheiden krimp. Er was voor 2025 een bezuiniging ingeboekt van €751.000 op landelijke ingekochte zorg (LTA) en op de ambulante begeleidingskosten. Deze reducties zijn gehaald. Tegelijk stegen de lasten van de ambulante GGZ, waardoor de gerealiseerde reducties per saldo zijn gebruikt om de stijging in de ambulante GGZ te compenseren. Gesaldeerd is in 2025 toch nog € 53.000 aan bezuinigingen gerealiseerd. De omslag in denken naar versterken van het gewone leven met het accepteren van mogen vallen en weer opstaan, oké is goed genoeg en het verdragen van ongemakken blijkt een taai proces. Hierbij spelen zowel de marktwerking (aanbieders die gericht zijn op instandhouding van hun bedrijf, groei en soms ook winstmaximalisatie) als de verwachtingen van inwoners een rol. Ook vraagt het implementeren van een andere werkwijze (meer gericht op het gewone leven) bij Binding en in de samenleving meer tijd.

Onderwijs, leerplicht en leerlingenvervoer

De gemeente en de lokale schoolbesturen hebben in 2025 in goede samenwerking een Lokaal Educatieve Agenda (LEA) opgesteld. Inclusief onderwijs is één van de pijlers en de LEA-partners hebben zich gecommitteerd aan de ontwikkeling hiervan met als doel volledig inclusief onderwijs in 2035. Vooralsnog is het aantal leerlingen dat in het kader van passend onderwijs buiten onze gemeente naar school gaat, in 2025 ongeveer gelijk gebleven. De vraag naar leerlingenvervoer blijft daardoor ook bestaan.

Naar aanleiding van het landelijke beleid (Hervormingsagenda Jeugd) en ons gemeentelijk beleid, zoals verwoord in de Maatschappelijke Agenda, heeft de gemeenteraad een nieuwe Verordening leerlingenvoer vastgesteld. Waar mogelijk staan zelfstandigheid en zelfredzaamheid centraal, net als in de Verordening Wmo & Jeugd.

Voor schooljaar 2025-2026 hebben we met de meeste ouders, die een aanvraag deden voor aangepast vervoer, een individueel gesprek gevoerd. Daarin hebben we met hen verkend welke andere mogelijkheden zij en hun kind of kinderen hadden in plaats van of naast aangepast vervoer. Deze aanpak heeft onder meer opgeleverd dat meer ouders (een deel van de week) hun kind zelf naar school brengen en dat meer leerlingen zelfstandig met de fiets naar school gaan.

Het gebruik van aangepast vervoer en de hoge kosten daarvan zijn op deze manier iets teruggebracht.

Met betrekking tot het aangepast vervoer waren er in 2025 opnieuw problemen met onder andere stiptheid, reistijden en communicatie tussen de vervoerder en ouders. Op een aantal onderdelen van het contract met de vervoerder is een malusregeling van kracht. De hoogte van de op te leggen malus wordt in 2026 vastgesteld. In 2025 is verder een regionale verkenning gestart naar de mogelijkheid van het uitvoeren van het aangepast vervoer in eigen beheer per 2028/2029.

Gelijk aan voorgaande jaren heeft leerplicht zich in 2025 gefocust op het tijdig en adequaat oppakken van verzuimmeldingen en het voorkomen van thuiszitters, door samenwerking met onder andere Binding en de samenwerkingsverbanden. In het kader van deze samenwerking zijn in 2025 Meet-Ups gestart, georganiseerd door het samenwerkingsverband primair onderwijs, waar professionals uit verschillende werkvelden op het gebied van jeugd en onderwijs samen komen om kennis te delen en te ontwikkelen.

Huisvesting onderwijs

In 2025 is verder gewerkt aan de uitvoering van het Integraal Huisvestingsplan (IHP), dat voorziet in de realisatie van twee nieuwe scholencomplexen in De Heul en De Noorderwaard.

Voor de locatie De Heul is in 2025 de aanbesteding afgerond voor de nieuwbouw van De Wegwijzer, inclusief kinderopvang en een beweegbox. Het schoolbestuur De Oorsprong is bouwheer van dit project. Er is een aannemer geselecteerd en de contractvorming is afgerond. De start van de bouwwerkzaamheden staat gepland voor begin 2026. De verwachte oplevering van het gebouw is in het eerste kwartaal van 2027.

Voor de locatie Noorderwaard is in 2025 gekozen voor een aangepast plan. In plaats van een schoolgebouw in één bouwlaag wordt een gebouw in twee lagen ontwikkeld. Hiermee ontstaat ruimte op de locatie voor de realisatie van woningbouw. De betrokken schoolbesturen (Basiswijk en Het Sticht) hebben ingestemd met deze wijziging. In 2025 is een intentieovereenkomst ondertekend en is gestart met de selectie van een architect. De voorbereidingen voor de bouwheerovereenkomst zijn in gang gezet. De oplevering van het nieuwe schoolgebouw is voorzien medio 2028.

Voor de Piet de Springerschool in Langbroek is in 2025 een tijdelijke oplossing gerealiseerd vanwege leerlingengroei. In de binnentuin is een tijdelijk lokaal geplaatst. In samenwerking met het schoolbestuur en de eigenaar van het gebouw wordt gewerkt aan een structurele oplossing voor de huisvestingsvraag. Naar verwachting kan hierover in het eerste kwartaal van 2026 een voorstel worden voorgelegd.

Kind- en Jeugdvoorzieningen

In het kader van de LEA is in 2025 de werkgroep Voorschoolse Educatie gestart. Voorschoolse Educatie is bedoeld voor kinderen tussen de 2 en 4 jaar met een (risico op een) onderwijsachterstand. De werkgroep richt zich op het bereiken en goed bedienen van de doelgroep. Kinderen van 4 jaar die nog niet schoolrijp zijn, kunnen sinds afgelopen jaar naar de zogenaamde Jonge Kind Observatiegroep. Het doel is om deze kinderen, waar mogelijk, alsnog vanaf de leerplichtige leeftijd een goede start te bieden binnen het (regulier) basisonderwijs.

Wat heeft het programma gekost?

Bedragen x € 1.000