Ga naar de inhoud van deze pagina.
Jaarstukken 2025 Definitief

Waarderingsgrondslagen

De Jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en gemeenten (BBV) en de financiële beheervergoeding ex artikel 212 gemeentewet waarin door de gemeenteraad in december 2019 de uitgangspunten voor het financiële beleid alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld.

Algemene grondslagen

De waardering van de activa en de passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het betreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden.

De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden.

Dividendopbrengsten van deelnemingen worden als baten genomen op het moment waarop het dividend betaalbaar wordt gesteld.

Rente

Er wordt een marktconforme rente toegerekend, jaarlijks vast te leggen in de uitgangspunten voor de op te stellen begroting. Met de begroting 2025 is de rekenrente op 1,0% vastgesteld als uitgangspunt voor 2025. De rente wordt als inkomst verantwoord op de kostenplaats kapitaallasten. De werkelijk betaalde rente over korte en lange termijn leningen wordt hierop in mindering gebracht. Het saldo wordt overgeboekt naar de exploitatie op de grootboekrekening saldo financieringsfunctie.

Balans

Vaste activa

Investeringen, die bedoeld zijn om de uitoefening van de gemeente duurzaam te dienen, worden verantwoord op de balans onder de post vaste activa.

Activa met een aanschafwaarde lager dan € 20.000 worden in het jaar van aanschaf direct ten laste van de rekening van baten en lasten gebracht. De vaste activa worden afgeschreven volgens de (verwachte) economische levensduur. Afschrijving van de activa vindt plaats op lineaire basis vanaf het jaar van investeren en met inachtneming van de verwachte gebruiks- of nuttigheidsduur. De kapitaallasten van activa, waar inkomsten tegenover staan (bijvoorbeeld huuropbrengsten), worden afgeschreven op annuïteitenbasis.

Conform het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) worden de volgende vaste activa posten onderscheiden:

Immateriële vaste activa

Immateriële vaste activa wordt gewaardeerd tegen de verkrijgings-of vervaardigingsprijs verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. Eventuele van derden verkregen specifieke investeringsbijdragen worden in mindering gebracht op het geactiveerde bedrag. Hierbij wordt de verkregen bijdrage als bate verantwoord.

Kosten voor onderzoek en ontwikkeling van een actief

Deze kosten worden in 5 jaar afgeschreven.

Bijdragen aan activa in eigendom van derden

Deze bijdragen zijn gewaardeerd tegen het bedrag van de verstrekte bijdragen, verminderd met de afschrijvingen. De verleende bijdragen worden afgeschreven in de periode waarin het betrokken actief van de derde op basis van de door de gemeente gestelde voorwaarden moet bijdragen aan de publieke taak.

Materiële vaste activa

Materiële vaste activa wordt gewaardeerd op basis van de verkrijgings-of vervaardigingsprijs. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond-en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend.

Materiële vaste activa met een economisch nut

Dit betreft activa die een bepaalde economische waarde vertegenwoordigen en verhandelbaar zijn of bijdragen aan het genereren van inkomsten. Deze activa moeten worden geactiveerd en afgeschreven volgens de richtlijnen die in de nota activa zijn opgenomen.

Materiële vaste activa met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven

Dit betreft activa voor riolering, het inzamelen van huishoudelijk afval en begraafplaatsen waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven.

Materiële vaste activa met een uitsluitend maatschappelijk nut

Activa met een bepaalde economische waarde die niet verhandelbaar zijn en waar geen inkomsten uit gegenereerd worden.

Financiële vaste activa

Hieronder vallen de langlopende leningen uitgezet geld en deelnemingen en participaties in aandelenkapitaal. De financiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten), de jaarlijkse aflossingen, afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen.

Vlottende activa

Onder vlottende activa vallen de volgende posten:

Voorraden

Onder de voorraden is opgenomen de onderhanden werken bouwgronden in exploitatie.

Het startpunt van een grondexploitatie is het raadsbesluit met de vaststelling van het complex, inclusief grondexploitatiebegroting. Vanaf dat moment wordt de grondexploitatie geopend en kunnen vervaardigingskosten worden geactiveerd.

De onderhanden werken grondexploitatie zijn opgenomen tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs, verminderd met de opbrengst wegens verkopen. Indien de boekwaarde de marktwaarde van de grond overschrijdt, wordt een afwaardering naar de lager marktwaarde verantwoord/ wordt een voorziening voor het verwachte resultaat getroffen. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten (limitatief opgesomd in de kostensoortenlijst zoals opgenomen artiel 6.2.4. van het Besluit ruimtelijke ordening), welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs worden daarnaast een redelijk deel van de indrecte kosten opgenomen en is de werkelijk over vreemd vermogen betaalde rente over het boekjaar toegerekend. De rente is toegerekend over de boekwaarde van de grondexploitatie per 1 januari van het betreffende boekjaar.

De disconteringsvoet die is gehanteerd in de berekening van de contante waarde ten behoeve van het treffen van een verliesvoorziening voor negatieve grondexploitatie is voor alle gemeenten gelijkgesteld aan het maximale meerjarig streefpercentage van de Europese Centrale Bank voor de inflatie binnen de Eurozone (2%).

Voor winstneming geldt de percentage of completion methode; voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd wordt tussentijds naar rato van de voortgang van de kosten en de opbrengsten winst genomen. Indien aan de volgende voorwaarden is voldaan, bestaat er voldoende zekerheid om winst te kunnen nemen;

  1. Resultaat op de grondexploitatie kan betrouwbaar worden ingeschat; én
  2. Grond (of deelperceel) moet zijn verkocht; én
  3. Kosten zijn gerealiseerd (winst wordt naar rato van de realisatie gerealiseerd).

De als onderhanden werken opgenomen bouwgronden in exploitatie zijn gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs dan wel de lagere marktwaarde. De vervaardigingsprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend alsmede de rentekosten berekend zoals voorgeschreven in het BBV.

Voor de winstneming geldt de percentage of completion (poc) methode; voor zover gronden zijn verkocht en opbrengsten zijn gerealiseerd wordt tussentijds naar rato van de voortgang van de grondexploitatie winst genomen.

Uiteenzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

Dit betreft vorderingen op personen en instanties die naar verwachting op korte termijn (binnen één jaar) te innen zijn. Vorderingen worden tegen nominale waarde opgenomen onder aftrek van een eventuele voorziening voor mogelijke oninbaarheid. Wanneer er sprake is van dubieuze vorderingen dan wordt dit in de toelichting vermeld bij de betreffende post.

Liquide middelen en overlopende activa

Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen.

Vaste Passiva

Volgens het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) omvatten de vaste passiva het eigen vermogen, voorzieningen en schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer.

Reserves

In het BBV worden reserves beschreven als vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die vanuit bedrijfseconomisch oogpunt vrij te besteden zijn. De vaststelling van de noodzakelijk omvang van de reserves is een zaak van de gemeenteraad. Daarom worden reserves ook wel onderverdeeld in algemene en bestemmingsreserves. Zodra de raad aan een reserve een bepaalde bestemming heeft gegeven, is er sprake van een bestemmingsreserve. Om die reden kunnen bestemmingsreserves naar de situatie per ultimo verslagjaar geen negatieve stand kennen. Heeft een reserve geen bestemming dan wordt het een algemene bestemming genoemd.

Het instellen van- en beschikken over reserves is onderhevig aan de richtlijnen die zijn opgenomen in de nota ‘Reserves en voorzieningen en weerstandscapaciteit 2023’, welke door de raad is vastgesteld op 23 mei 2023.

Voorzieningen

Voorzieningen maken onderdeel uit van het vreemd vermogen (schulden) van de gemeente. Om die reden kunnen voorzieningen naar de situatie per ultimo verslagjaar geen negatieve stand hebben. Voorzieningen worden gewaardeerd op de contante waarde/ het nominaal bedrag van de betrokken verplichting c.q. van het het voorzienbare verlies.

Voorzieningen worden gevormd indien er sprake is van:

  • Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, maar wel redelijkerwijs te schatten is;
  • Op de balansdatum bestaande risico's ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs te schatten is;
  • Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot een gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren;
  • Bijdragen (spaarcomponent) aan toekomstige vervangingsinvesteringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing wordt geheven;
  • Middelen verkregen van derden, die specifiek besteed moeten worden, met uitzondering van de voorschotbedragen verkregen van Europese en Nederlandse overheidslichamen met een specifiek bestedingsdoel, die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren.

De vorming van een voorziening, dan wel een dotatie aan een reeds bestaande voorziening, is als een last in het betreffende boekjaar verantwoord. Alle aanwendingen aan voorzieningen zijn rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht en in het verslagjaar niet ten laste van de exploitatie verantwoord.

Voorzieningen worden gevormd met een bepaald doel en zijn te onderscheiden in voorzieningen voor egalisatieonderhoud , voorzieningen voor gelden ontvangen van derden met een bestemming en voorzieningen voor verplichtingen, verliezen en risico’s.

Er is een min of meer (on)zekere verplichting die te zijner tijd een schuld kan worden. Ook de voorzieningen vallen onder de richtlijnen van de nota ‘Reserves en voorzieningen’, zie ook hiervoor bij Reserves.

Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De pensioenverplichting ten behoeve van wethouders is echter tevens de contante waarde van de (reeds opgebouwde) toekomstige uitkeringsverplichtingen gewaardeerd. De onderhoudsegalisatievoorzieningen stoelen op een meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud aan (een deel van) de gemeentelijke kapitaalgoederen.

De voorziening dubieuze debiteuren worden bepaald via statische methode. Aanvullend wordt het bedrag aangepast naar aanleiding van beoordeling van individuele debiteuren op bepaling of hier relevante dubieuze debiteuren tussenstaan.

Vaste schulden

Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met de gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer.

Vlottende schulden met looptijd langer dan een jaar

De vlottende schulden die over het algemeen naar verwachting binnen een jaar weer worden voldaan, waaronder debetsaldi van bankrekeningen en kasgeld leningen. Onder deze post vallen tevens de crediteuren en de overig nog te betalen bedragen over het boekjaar.

De netto-vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.

Overlopende passiva

Onder de overlopende passiva worden verplichtingen opgenomen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen, met uitzondering van jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Tevens worden hieronder de van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren of de overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen. De overlopende passiva worden gewaardeerd tegen nominale waarde.