De kasgeldlimiet stelt een limiet aan het renterisico op korte termijn financiering. Vooral voor kortlopende financiering kan het renterisico groot zijn. Wijzigingen in de korte rente hebben direct invloed op de rentelasten. Wij mogen in totaal niet meer dan 8,5% van de begrotingsomvang (totale lasten) aan leningen van korter dan 1 jaar hebben. Hieronder vallen de rekening courant bij de BNG (rood staan) en de aangetrokken kasgeldleningen. Dit maximum is wettelijk vastgelegd in de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden. In onderstaande tabel is de toegestane kasgeldlimiet berekend.
Bedragen x € 1.000
| Liquiditeitspositie t.o.v. kasgeldlimiet | Rekening 2025 |
|---|---|
|
Omvang vlottende schulden |
4.728 |
|
Omvang vlottende middelen |
5.424 |
|
Netto vlottende schuld (+) of overschot middelen (-) |
- 696 |
|
Omvang begroting 2025 (=grondslag) |
68.277 |
|
Kasgeldlimiet (in % van de grondslag) |
8,5% |
|
Minimum bedrag |
300 |
|
Toegestane kasgeldlimiet |
5.804 |
| Ruimte onder kasgeldlimiet | 6.500 |