Het EMU-saldo is in 1992 door de Economische en Monetaire Unie ingevoerd om vergelijkingen tussen de verschillende eurolanden mogelijk te maken. Het EMU-saldo (ook wel begrotingssaldo genoemd) is de optelsom van alle inkomsten en uitgaven van de Rijksoverheid en de decentrale overheden. Volgens de regels van de EMU, zoals vastgelegd in het Verdrag van Maastricht, mag het vorderingentekort (het EMU-saldo) van een land niet hoger zijn dan 3% van het bruto binnenlands product. Hiermee wil men de economische sterkte van de eurolanden behouden. Het EMU-saldo wordt vooral op landelijk niveau gebruikt.
De gemeente is een decentrale overheid. In het Besluit Begroting en Verantwoording is de verplichting vastgesteld dat de gemeenten in hun Begroting ramingen van het EMU-saldo dienen te verstrekken. Het EMU-saldo is voor de individuele gemeente echter geen sturingsvariabele. Dat komt omdat bij het EMU-saldo wordt gekeken naar het saldo van de Begroting volgens het kasstelsel, naar welke geldstromen er in een jaar binnen komen en welke er uitgaan. De gemeente werkt echter met een baten-lasten stelsel, waarbij gestuurd wordt op een structureel sluitende (meerjaren)Begroting. Door het verschil in gehanteerde stelsels kan het voorkomen dat een gemeente bij een sluitende Begroting toch een negatief EMU-saldo heeft.
Investeringen en uitgaven die worden gedekt uit reserves tellen bijvoorbeeld niet mee in de uitkomst in het baten-lastenstelsel, maar tellen wel door in het EMU-saldo.
Bedragen x € 1.000
| EMU-SALDO referentiewaarde | Rekening 2024 | Rekening 2025 | Actuele begroting |
|---|---|---|---|
|
EMU-saldo volgens berekening |
-12.106 |
-857 |
-16.985 |
|
EMU-SALDO referentiewaarde |
-3.255 |
-3.452 |
-3.452 |
| EMU-saldo blijft onder referentiewaarde | - | 2.595 | - |
| EMU-saldo overschrijdt referentiewaarde | -8.851 | - | -13.533 |