Lonen
In 2025 stonden de loonkosten onder invloed van cao-ontwikkelingen en pensioenpremies. Per 1 april 2025 is de nieuwe Cao Gemeenten in werking getreden. Voor 2025 betekende dit een salarisverhoging van 2% per 1 april 2025 en 1,85% per 1 oktober 2025. De financiële effecten van de cao werkten, naast de salarisontwikkeling, ook door in het individueel keuzebudget, vergoedingen en toelagen en in personele kosten als gevolg van verlofregelingen.
Ook de pensioenlasten bleven in 2025 een relevante kostenfactor. De ABP-premie voor ouderdoms- en nabestaandenpensioen bedroeg 27,0%, waarvan 18,9% voor rekening van de werkgever kwam en 8,1% voor rekening van de werknemer. Voor het arbeidsongeschiktheidspensioen gold voor de sector gemeenten in 2025 een premie van 0,8%, waarvan 0,56% werkgeversdeel en 0,24% werknemersdeel.
Tegelijkertijd bleef sprake van krapte op de arbeidsmarkt en druk op de beschikbare capaciteit. Dit vraagt blijvende aandacht voor goed werkgeverschap, duurzame inzetbaarheid en een passende balans tussen vaste formatie en tijdelijke inhuur.
Staat van personele sterkte
Dit betreft eigen personeel. Formatie rekening 2025 is formatie per 1 januari 2025.
De kosten van personeel zin als volgt:
Daarnaast maken we gebruik van expertise welke we niet zelf in huis hebben of wat dusdanig specifiek of incidenteel is, om dit in de formatie te borgen. Deze kosten zijn verdeeld over de diverse budgetten binnen de verschillende programma's
| Bijzondere expertise uitgaven 2025: (bedragen x € 1.000) | 853 |
|---|